De traditionele olijvenpers van Fundana

Fundana Olive Press

Dit is een verhaal over de manier waarop de traditionele, familie olijvenpers van Fundana functioneerde.

Rond 1780 werd het centraal gebouw van Fundana gebouwd, bestaand uit de olijvenpers (een van de 1420 olijvenpersen van het eiland destijds), de opslagkamers waar de olijfolie werd opgeslagen in grote vaten, en het landhuis waar de familie woonde om toezicht te kunnen houden over alle landbouwaktiviteiten van de boerderij, die rond deze tijd over 2000 olijfbomen rijk was.

In November, met de eerste “rambia” (sterke wind), begonnen de eerste olijven uit de bomen te vallen. Zo, vroeg in de ochtend, lang voor de zonsopgang, in het donker en onder alle weersomstandigheden, begonnen 10-20 vrouwen van de omringende dorpen naar de boerderij te lopen om de olijven te rapen, aangezien dit uisluitend een karwei voor de vrouwen was en snelle en geoefende handen vereiste.

Ze raapten de olijven van de grond, een voor een tussen het natte gras, distels en wilgroei, geduldig en zingend en verzamelden ze in kleine rieten mandjes die in grote zakken werden geleegd. Door de vocht en vorst waren hun vingers ijskoud... Daarna werden de zakken vol olijven naar de olijvenpers gebracht, op hun rug of op de rug van een ezel.

Het werk in de olijvenpers was erg zwaar en werd uitgevoerd door de mannen. Ze leegden de zakken in de molen met de drie ronde molenstenen. Ondertussen spande een andere man het paard of muilezel  aan de molen. Iemand stak de olielamp aan, die altijd voor de icoon hing, maakte het teken van het  kruis en alleen toen kon het proces beginnen. Wie weet hoeveel olie we maken vandaag?

Het paard liep in het rond en draaide de drie moelstenen voor 2,5 uur, en maakte de olijven kapot to een pulp. Als de familie geen paard of ezel bezat werden de molenstenen rondgedraid door twee mannen…. De vloer rond de molen was van steen, zodat het beest beter kon lopen. Zo werd het eerste proces voltooid en het eerste olifolie die op de oppervlakte dreef omdat het lichter was, werd verzameld met grote lepels gemaakt van gedroogde pompoenen. Dit eerste olie had een unieke smaak en arome! De smaak van warm, versgebakken brood die in de oven van de olijvenpers was gebakken, gedipt in de verse loijfolie, de nostalgische “boukouvala” , blijft voor altijd gegrifd in het geheugen van degenen die het geluk hadden om het te proeven.

Nadat dit proces was afgelopen, werden ongeveer 12 ronde, jutten zakken gevuld met de overgebleven pulp en die werden boven op elkaar gestapeld in de pers. In de 17de eeuw werd een houten schrioef gebruikt voor de pers. Deze technologie werd op Corfu ingwvoerd uit Italie, door de Venetianen. De ijzeren schroef voor de pers kwam pas in de 19de eeuw en maakte het mogelijk meer druk uit te oefenen en dus meer olie te produceren. Twee mannen hadden tot taak het ronddraaien van de houten schroef die de zakken met pulp perste gedurende  twee uur. Tegelijkertijd goot een andere man kokend water op de zakken (gekookt in de keuken van de olijvenpers), zodat een mengsel van olie, heet water en droesem in een houten vat terechtkwam die in een undergronds vierkant gat stond onder de pers. Na verloop van tijd kwam het pure olie bovendrijven en de droesem werd door een pijp in de velden geloosd. Met een lepel van gedroogde pompoen werd de olie verzameld en met ionische gewichten werd de hoeveelheid en de winst uitgerekend. De overgebleven pulp in de zakken, bestaand uit bladeren, pitten en ander afval, werd met bloem vermengd om aan de kippen en varkens te voeren, of werd gebruikt als brandstof of zelfs voor de produktie van groene zeep in lokale zeepfabrieken (Patounis o.a), dat zeer gezond en populair is tot de dag van vandaag. Alles werd dus gebruikt en niks werd weggegooid.

De jaarlijke produktie was meer dan genoeg voor de familie en het overschot werd verkocht aan olifolie handelaren uit Corfu die hun winkels dicht bij het Saroko plein hadden. Zo werden de onkosten van de produktie betaald en in goede jaren bleef er nog wat winst over.

Onze olijvenpers werd voor het laatst gebruikt in 1964. Twintig jaar later werd het schoongemaakt en onderhouden om zijn plaats in te nemen in ons klein agrarisch museum en te herinneren aan de agrarische economie van ons eiland en aan belangrijke periode in ons historisch en kultureel erfgoed. Oud agrarisch gereedschap en instrumenten, producten en specerijen gebruikt voor traditionele Corfiotische gerechtenworden ook tentoongesteld. Hier vindt u ook onze receptie, een kleine bar en boekenkast.


 
Η επιχείρηση ενισχύθηκε για τον εκσυγχρονισμό της στο πλαίσιο του Επιχειρησιακού Προγράμματος
«Ψηφιακή Σύγκλιση» «Με τη συγχρηματοδότηση της Ελλάδας και της Ευρωπαϊκής Ένωσης»
ευρωπαϊκό έμβλημα Ψηφιακή Ελλάδα – Όλα είναι δυνατά ΕΣΠΑ 2007-2013